
Onderwijs
In 2025 werkte de Erasmus Universiteit (EUR) aan thema’s die voortvloeien uit de ambities van Strategie 2030, de Onderwijsvisie (2023) en de Onderzoeksvisie(2024). De EUR bouwt hiermee voort op een eerder ingezette koers, waarin onderwijs en onderzoek in samenhang worden ontwikkeld en versterkt.
De EUR geeft invulling aan uitdagend, impact gedreven, inclusief en toekomstbestendig onderwijs. De realisatie van dat doel vraagt voortdurende aandacht. Impact gedreven onderwijs blijft zich richten op het voorbereiden van studenten op het leren begrijpen van complexe uitdagingen en het vermogen om empathisch om te gaan met andere zienswijzen. De focus ligt op het structureel en duurzaam inrichten van samenwerking met de buitenwereld, bijvoorbeeld op thema’s als armoede en gezondheid in de wijken van Rotterdam.Dat gebeurt in wijksamenwerkingen die we gedurende het jaar ontwikkelden in de bredere open innovatie netwerken en binnen thema’s zoals de energietransitie(in de haven van Rotterdam). Ook werken we in ons onderwijs samen met het bedrijfsleven.
Generatieve AI vraagt reflectie op de validiteit van toetsprogramma's om te verzekeren dat het beoogde eindniveau wordt gerealiseerd. Verder stelt ze nieuwe eisen aan de vaardigheden van docenten en nodigt uit ze tot herbezinning op de vraag of opleidingsdoelen nog aansluiten bij wat deze tijd vraagt. Deze vragen staan centraal in het integrale plan AI@EUR. Verderop in dit verslag volgt meer informatie over het programma AI@EUR.
In 2025 werden toelatings- en selectieprocedures van onze onderwijsprogramma's kritisch geëvalueerd om gelijke kansen ‘aan de poort’ te versterken. Samen met het programma Studentenwelzijn en de faculteiten werd beleid ontwikkeld dat beter aansluit op uiteenlopende behoeften van onze diverse studentenpopulatie en hun persoonlijke en professionele ontwikkeling ondersteunt.
De docent is essentieel voor goed onderwijs. De Community voor Leren en Innoveren (CLI) blijft een belangrijke motor om docentontwikkeling in de bachelor en masteropleidingen door middel van fellowships, senior- en basiskwalificaties onderwijs (sko of bko) te stimuleren. Het Erasmus Department for Continous Growth and Education(EDGE) doet dat voor onderwijs aan professionals. Met de invoering van een Slimmer Academisch Jaar (Smarter Academic Year, SAY) kwam er voor de eerste drie faculteiten voor docenten en studenten werkelijk meer ruimte in het jaarrooster.
Met de inzet van de Kwaliteitsgelden/studievoorschotmiddelen uit het Bestuursakkoord Hoger Onderwijs geeft de EUR een krachtige impuls aan de realisatie van bovenstaande ambities en wordt duurzaam geïnvesteerd in de bevordering van de onderwijskwaliteit (zie bijlage 1 voor een toelichting).
Impact gedreven onderwijs & engagement
Impact gedreven onderwijs bereidt studenten voor op hun rol als academische professionals die maatschappelijke urgente uitdagingen begrijpen en aanpakken. In 2025 stelden faculteiten een gezamenlijk meerjarig perspectief op, gericht op verdere uitwerking in het didactisch model en de structurele samenwerking met externe partners. Faculteiten werkten aan concrete initiatieven, waaronder projecten gericht op vaardigheidsonderwijs: Erasmus School of Law (ESL) en Rotterdam School of Management (RSM) ontwikkelden cursussen die kritische reflectie stimuleren, waarbij RSM peerlearning en actieplanning integreerde. Alle faculteiten onderzochten daarnaast alternatieven voor de klassieke eindscriptie, zoals praktijkgerichte opdrachten en portfolio’s. De CLI begeleidt dit traject verder in 2026.
Studenten van de EUR werkten verder aan de ontwikkeling van wijkgericht leren, op de locaties Putselaan, Crooswijk en het HefHouse. Studenten namen daar deel aan praktijkopdrachten, vaak in samenwerking met lokale partners en studenten van andere onderwijsinstellingen.
Onderwijs en technologie: Artificial Intelligence
De snelle ontwikkeling van AI leidde in 2025 tot de ontwikkeling van het universiteit brede programma AI@EUR. Dit programma helpt richting te geven aan de inzet van AI in onderwijs, onderzoek en bedrijfsvoering. De activiteiten in het onderwijs richten zich op deelthema’s, zoals:
- Nieuwe vormen van examinering en toetsing;
- AI‑ondersteunde lesmethoden;
- Uitbreiding van expertise;
- Versterking van digitale geletterdheid bij studenten en docenten;
- Responsible AI in curricula.
Verschillende faculteiten experimenteerden in 2025 met chatbots, AI‑ondersteunde examinering en andere AI-toepassingen. Faculteiten als ESL en Erasmus School of Economics (ESE richtten zich op de (voorbereiding op) veranderende beroepsvaardigheden en andere faculteiten ontwikkelden onderwijs dat effectief gebruikmaakt van AI‑tools. Erasmus School of History, Culture en Communication (ESHCC) introduceerde een AI‑check voor docenten om mogelijke plagiaatrisico’s en toegankelijkheid van informatie te beoordelen. RSM experimenteerde met chatbots in studentbegeleiding.
Studentenwelzijn
Het programma Studentenwelzijn (SW) loopt sinds 2020 en kreeg binnen de bestuursakkoorden een structurele plek. In 2025 lag de focus op drie pijlers: Sense of Belonging; preventie en praktische hulp en vergroten van expertise binnen de EUR.
Faculteiten stelden wellbeing‑liaisons aan die zichtbaar aandacht geven aan welzijn in het curriculum, het versterken van relaties tussen studenten en docenten, en het creëren van laagdrempelige ontmoetingsplekken zoals The Living Room in het kader van ‘sense of belonging’. Studenten kregen betere toegang tot preventie en praktische hulp met:
- Korte wachttijden;
- Anonieme online opties;
- Workshops en podcasts;
- Complementaire programma’s;
- Samenwerking met ketenpartners.
Docenten en medewerkers werden getraind in het herkennen van signalen van verminderd welzijn en het voeren van ondersteunende gesprekken. Student Wellbeing Officers stemden initiatieven af en Learning Communities brachten professionals uit de keten van studentbegeleiding samen.
De EUR werkte samen met onder meer de gemeente Rotterdam, GGD Rotterdam, 113 Zelfmoordpreventie en Hogeschool Rotterdam aan campagnes rond middelengebruik en suïcidepreventie. Externe partners boden e‑healthmodules en online coaching aan.
Internationalisering
Internationalisering blijft een belangrijk thema binnen Strategie 2030. In 2025 werd gewerkt aan het verbinden van dit thema met nieuwe strategische prioriteiten. Die omvatten:
- Analyse van het partnership portfolio;
- Versterking van internationale en interculturele competenties in curricula;
- Benutting van internationale subsidieprogramma’s zoals Erasmus+ en Horizon Europe;
- Integratie van internationale context in studieprogramma’s.
In 2025 maakten ongeveer 625 studenten, zestig docenten en 75 medewerkers gebruik van Erasmus+‑mobiliteit. Drie nieuwe Erasmus+ KA2‑projecten werden toegekend: COMPASS, FORTIFY en EMBINT. De aankomende Wet Internationalisering in Balans (WIB) en afspraken over zelfregie brengen uitdagingen met zich mee, maar de EUR blijft internationale samenwerking en partnerschappen stimuleren vanuit de ambitie om toonaangevend in de wereld en toegewijd aan de regio te zijn.

Strategische portfolio-ontwikkeling
Strategie 2030 en de strategische thema’s zoals hierboven beschreven, hebben gevolgen voor het onderwijsportfolio. De EUR wil een toekomstbestendig, wendbaar en inspirerend aanbod dat studenten voorbereidt op maatschappelijke, politieke en economische ontwikkelingen. In 2025 werd een interfacultaire bijeenkomst georganiseerd over portfolio doorontwikkeling. Met een nieuw minorbeleid wordt werk gemaakt met die ontwikkeling. Tussen 2025 en 2027 worden disciplinaire minoren omgevormd tot verbredende minoren waarin studenten samenwerken aan actuele maatschappelijke vraagstukken, zoals armoede, CO₂‑reductie en stedelijke gezondheid.
Het nieuwe beleid biedt ruimte voor dertig EC‑minoren. Dat betekent dat studenten meer tijd gedurende een langere periode hebben om aan hun onderwerp van keuze te werken. Verder wordt in de minor samenwerking met externe partners gestimuleerd, ingezet op interdisciplinaire samenwerking en ligt de keuze van de onderwerpen in lijn met Strategie 2030. Een speciale commissie borgt de uitwerking van de beleidsdoelstellingen en de onderwijskwaliteit.
OCW-traject: Een Slimmer Collegejaar (SCJ) – 2023 t/m 2026
In 2021 heeft de Jonge Akademie naar aanleiding van signalen over werkdruk in het Hoger Onderwijs het advies ‘Een slimmer academisch jaar’ gepubliceerd. Hieruit bleek dat het Nederlandse academische jaar in vergelijking met het buitenland relatief lang en intensief is. In 2023 gaf het Ministerie van OC&W het startsein voor een vierjarige landelijke pilot (tot en met 2026) over rust en ruimte in het collegejaar.
De EUR is met de Universiteit van Amsterdam penvoerder van deze pilot. De penvoerders leverden in mei 2025 een tussenevaluatie op die een eerste blik biedt op de opbrengsten van de individuele pilots en in hoeverre de opbrengsten van deze pilots kunnen bijdragen aan meer rust en ruimte in het collegejaar. Daarnaast is in juni 2025 het rapport gepubliceerd van een internationaal vergelijkend onderzoek in opdracht van OC&W, waarin het Nederlands academische jaar van verschillende opleidingen wordt vergeleken met Europese equivalenten. Dit internationale onderzoek is parallel aan de landelijke pilot ‘Een Slimmer Collegejaar’ uitgevoerd. Tevens zijn in 2025 meerdere succesvolle thema- en kennisdelingsbijeenkomsten voor de pilotdeelnemers en stakeholders (onder anderen NVAO, Inspectie, DJA en studentenbonden) georganiseerd.
Bij de EUR zijn drie faculteiten (ESL, RSM en ESHCC) betrokken, ieder met een eigen pilot:
- RSM richt zich op toetsinnovatie en onderwijsluwe weken. December wordt onderwijsluw gemaakt en onderwijs wordt geconcentreerd in de eerste maanden van het collegejaar. In december volgt een zelfstudieopdracht of een toegepast project.
- ESL vervangt het scriptietraject en onderzoek door een meesterproef in de master Recht & Technologie. Studenten werken aan specifieke leerdoelen en dat leidt tot een verlaging van de werkdruk. De evaluatie toont aan dat de werkdruk voor studenten inderdaad goed hanteerbaar is, ondanks het kortere academische jaar.
- ESHCC vermindert pieken in de werkdruk door de BA-1 kalender van de opleidingen Geschiedenis en IB History aan te passen en beter af te stemmen op de rest van de faculteit.
Slimmer Academisch Jaar (SAY)
Naast de deelname aan- en penvoering van de landelijke pilot ‘Een Slimmer Collegejaar’ startte de EUR in 2022 het interne traject Slimmer Academisch Jaar(SAY). Het traject voorziet in een duurzame herziening van het jaarrooster en beoogt meer rust en ruimte voor docent, student en ondersteunende staf te creëren en meer mogelijkheden voor interdisciplinaire en projectmatige samenwerking.
In 2024 is het strategisch implementatieplan opgesteld waarin gerichte adviezen voor een slimmer academisch jaar op de EUR zijn uitgewerkt, inclusief onderwijskundige handvatten voor aanpassing van het jaarrooster en curriculum. Voor de zomer van 2025 hebben alle faculteiten de blauwdrukken voor de jaarroosters aangepast zodat ze in lijn zijn met de richtlijnen uit het implementatieplan. In september 2025 zijn de faculteiten ESL, RSM en ESPhil begonnen met de implementatie van hun nieuwe facultaire blauwdruk en daaraan gerelateerde onderwijsinnovaties. De rest van de faculteiten volgt in collegejaar 2026-2027. Om de voortgang van de implementatie van het SAY-traject en daarbij horende vernieuwde jaarroosters en onderwijsinnovaties/-herzieningen te monitoren is een monitoring & evaluatieplan opgesteld.
Docentontwikkeling
De CLI stimuleerde professionele ontwikkeling door:
- Samenwerking met Fellows op het gebied van toetsing, professionele identiteit en generatieve AI;
- Gecertificeerde trainingen (BKO, SKO, Leergang Onderwijskundig Leiderschap);
- MicroLabs en cursussen over activerende didactiek en verantwoord AI‑gebruik;
- Het delen van kennis tussen faculteiten.
De vraag naar SKO nam sterk toe en leidde tot wachtlijsten. Deze wachtlijsten worden in 2026 weggewerkt. TeachEUR groeide uit tot een praktische didactische hub met onderwijsmethoden, AI‑casussen en een gevalideerd overzicht van AI-tools.
Interne kwaliteitszorg
In 2025 startte een tweede cohort van het professionaliseringstraject voor kwaliteitszorgadviseurs. ook werden de nieuwe Toetsvisie, het Toetskader en het Instellingsbeleid Kwaliteitszorg Onderwijs vastgesteld. Het herijkte TOE‑instrument is uitgewerkt in een toolbox.
De ondersteuning van medezeggenschap werd versterkt via:
- Een centraal trainingsaanbod op maat;
- Facultaire middelen voor versterkingsprojecten;
- Intensivering van interfacultaire overlegstructuren.
Accreditaties en tussentijdse evaluaties
Voor 22 opleidingen zijn panelrapporten ingediend in het kader van een her-accreditatie. Voor de bachelor Liberal Arts and Sciences is verlenging aangevraagd van het bijzonder kenmerk Kleinschalig en Intensief Onderwijs; bij de master Development Studies gebeurde dat voor het bijzonder kenmerk Internationalisering. Deze aanvragen werden positief beoordeeld.
Tussentijdse opleidingsevaluaties vonden plaats bij de Educatieve Master Primair Onderwijs, de European Master in Health Economics and Management, de researchmaster Infection and Immunity, de master Societal Transitions en de bachelor en master Sociologie.
In 2025 werd besloten tot de afbouw van de researchmaster Public Administration and Organizational Science (ESSB). De aanvragen accreditatie nieuwe opleiding van de e-masters Sustainability Management (RSM) en Marketing and Data Intelligence (faculteit ESE) en de joint degree International Master of Advanced Research in Criminology (faculteit ESL) werden in 2025 afgerond met een positief NVAO‑besluit. Ook de programmatische aanpassing van de master Development Studies (ISS), leidend tot een Toets Nieuwe Opleiding, werd positief beoordeeld.
Flexibel onderwijs voor professionals (LLO)
In 2025 verstevigde de EUR haar positie als academische partner voor onderwijs aan (mid-career) professionals. Het team van de Erasmus School for Growth and Education (EDGE) werkte aan heldere interne afspraken en randvoorwaarden voor flexibel onderwijs; betere zichtbaarheid van het aanbod op het gebied van Leven Lang Ontwikkelen (LLO); samenwerking met organisaties binnen en buiten de universiteit; en didactische en kwaliteitszorgondersteuning bij het ontwikkelen van cursussen voor professionals. Passend binnen het kader van engagement versterkt de EUR met haar LLO-onderwijsaanbod de publieke waarde en maatschappelijke impact. In de komende jaren krijgt LLO meer prioriteit en deze ontwikkeling sluit aan bij de Strategie 2030.
Onderzoek
De EUR kenmerkt zich door onderzoek dat door nieuwsgierigheid gedreven of vraag gestuurd, grensverleggend en onafhankelijk is. Wetenschappers werken nauw samen, zowel onderling als met externe partners. Zo benutten ze inzichten uit verschillende disciplines om nieuwe kennis en innovatieve oplossingen te creëren. In 2025 stond het onderzoeksdomein in het teken van zowel kansen als uitdagingen. Enerzijds boden investeringen in onderzoeksinfrastructuur, interdisciplinaire samenwerking en talentontwikkeling nieuwe mogelijkheden om het onderzoek verder te versterken. Anderzijds vroeg het wegvallen van landelijke financieringsinstrumenten, zoals de starters- en stimuleringsbeurzen, om heroriëntatie.
Starters-en stimuleringsmiddelen, Werkdruk- en talentmiddelen
Het bestuursakkoord dat in 2022 afgesloten is door de toenmalig minister van OC&W Dijkgraaf bevatte de toekenning van structurele middelen voor startersbeurzen en een toekenning van middelen voor stimuleringsbeurzen voor een periode van tien jaar. De beurzen stelden de EUR in staat om structureel te investeren in onderzoek. Door jaarlijks nieuwe posities voor promovendi te creëren en structureel meer tijd voor onderzoek te geven aan EUR academici, kon de universiteit nog meer dan voorheen een ‘onderzoeksgedreven’ instelling met impact worden. Het stopzetten van het programma in 2024 wordt dan ook zeer betreurd waarbij getracht wordt om de ambitie naar een meer onderzoeksgedreven instelling alsnog via alternatieve routes te verwezenlijken.
De EUR ontvangt een relatief fors bedrag aan Werkdruk en Talent middelen van OC&W ten opzichte van andere instellingen. Dit heeft te maken met de vaste-voetcorrectie die is gedaan in 2023 voor de berekening van de starters en stimuleringsmiddelen. De middelen worden conform het OC&W besluit gericht ingezet ter ondersteuning van jonge onderzoekers en verlaging van werkdruk. Ze bieden zo de mogelijkheid om het wegvallen van de starters-en stimuleringsmiddelen (deels) op te vangen.
Onderzoeksinfrastructuur
In 2025 is de projectbeheertool Vidatum in gebruik genomen, dat onderzoekers helpt met het aanvragen, beheren en verantwoorden van extern gefinancierde onderzoeksprojecten. Het Research Support Portal is gelanceerd om alle informatie gericht op onderzoeksondersteuning op één plek te vinden. Daarnaast is er in 2025 een aantal projecten gestart:
- Het programma Generative AI for Research met als doel de volwassenheid van de dienstverlening op het gebied van GenAI te verbeteren;
- Het project Rationalisatie Research Datastorage werkt aan een nieuwe richtlijn voor veilige opslag van onderzoeksdata (oplevering eerste kwartaal 2026);
- Het project Compliancy support for researchers werkt aan een gestroomlijnd proces voor compliancy checks (oplevering vierde kwartaal 2026).
In februari 2025 is het nieuwe Co-Creatie Lab in het Erasmus Behavioural Lab geopend. De ruimte is voor iedereen die door middel van experimenten en participatie maatschappelijke impact wil realiseren. Onderzoekers, studenten en maatschappelijke partners werken hier aan innovatieve en impactvolle oplossingen voor complexe maatschappelijke vraagstukken door middel van co-creatie en ontwerpend onderzoek.
Eind 2025 werd de nieuwe research-dedicated 3 Tesla MRI-scanner feestelijk in gebruik genomen. Met de scanner wordt hoogstaand neurowetenschappelijk onderzoek uitgevoerd. De MRI-scanner is geplaatst in het Erasmus Medisch Centrum en wordt gebruikt door een breed scala aan onderzoekers, waaronder die ESSB en RSM. Dankzij de samenwerking tussen de verschillende faculteiten en het Erasmus Medisch Centrum zijn MRI-scans nu toegankelijker voor onderzoekers. Dit verlaagt de drempel voor het uitvoeren van neurocognitieve studies en het vergroot de onderzoekscapaciteit binnen de EUR.
In december 2025 ondertekende de decaan van ESHCC de samenwerkingsovereenkomst met CLARIAH-NL. CLARIAH-NL staat voor Common Lab Research Infrastructure for the Arts and Humanities, en brengt een digitale infrastructuur voor de geesteswetenschappen tot stand. Daarvoor worden grote hoeveelheden data en software uit verschillende geesteswetenschappelijke disciplines aan elkaar gekoppeld en digitaal doorzoekbaar gemaakt. CLARIAH-NL versterkt de aansluiting op de Europese onderzoeksinfrastructuur.
Sectorplannen
De EUR participeert in de sectorplannen Medisch (met de faculteiten Geneeskunde en ESHPM), SSH (ESE, RSM, ESHCC, ESSB en ESPhil) en Rechtsgeleerdheid. Voor dit laatste sectorplan is in mei 2025 een eindevaluatie aangeboden aan het ministerie van OC&W. Op basis van de positieve resultaten en de ontwikkelingen in de sector Rechtsgeleerdheid besloot OC&W de aan dit sectorplan verbonden middelen structureel toe te kennen. De sector boog zich vervolgens in de tweede helft van 2025 over verdere planvorming, waarbij de ingezette thematische koers (voor ESL waren dat de speerpunten 'Empirical Legal Studies' en 'herijking van publieke belangen in private verhoudingen') een inbedding krijgt.
Voor de sectorplannen Medisch (Erasmus MC en ESHPM) en SSH (de sectoren Geesteswetenschappen (GW) en Sociale Wetenschappen (SW) en het dwarsdoorsnijdende thema 'SSHBreed@eur') stond 2025 in het teken van de voorbereiding van de midterm evaluatie, die na de zomer van start ging met het opleveren van zelfevaluaties aan de evaluatiecommissies. De insteek van die evaluatie is vooral gericht op de resterende periode 2026-2028, waarin samenwerking over de sectorplannen heen een aandachtspunt blijft. Tevens wordt teruggeblikt op de ingezette positieve koers van de jaren 2023-2025. Het Sectorplan SSH-Breed is gewijd aan de maatschappelijke effecten van digitalisering op werk, welvaart en ondernemerschap.
In 2025 zijn interne bijeenkomsten gehouden en is meegewerkt aan landelijke bijeenkomsten om de samenwerking binnen en tussen sectorplannen te vergroten en de speerpunten binnen de EUR te verankeren. Zo organiseerde ESSB lunchsessies voor de vier thema's van sectorplan SW, hield SSHBreed@EUR op 7 maart 2025 zijn eerste nationale oploop in een jaarlijkse conferentie over het thema 'De invloed van digitalisering op werk, welvaart en ondernemerschap', en hebben onderzoekers uit SSHBreed@EUR meegewerkt aan de Digital Society Conference van UNL in november 2025. Noemenswaardig is ook de toekenning van de Van Poeljeprijs aan onderzoeker dr. Vivian Visser uit het sectorplan SW.
Erasmus Initiatives
De Erasmus Initiatives zijn vier universiteitsbrede interdisciplinaire programma’s die in 2015/2016 zijn gecreëerd voor het stimuleren van samenwerking tussen faculteiten en interne en externe allianties. In het kader van de nieuwe EUR-strategie positioneren de Erasmus Initiatives zich nadrukkelijk binnen de op te richten Open Innovatie Netwerken, waarbij in verbinding en co-creatie met de samenleving wordt gewerkt aan maatschappelijke uitdagingen, aan nieuw inter- en transdisciplinair onderzoek en onderwijs.
DoIP
Het Erasmus Initiative ‘Dynamics of Inclusive Prosperity’ inspireerde en stimuleerde de interfacultaire samenwerking rond ‘Brede Welvaart’. Naast de kernfaculteiten (RSM, ESL en ESPhil) zijn daarbij ook de banden met onderzoekers van andere faculteiten nader aangehaald, zoals met Frank van Oort, Erasmus Professor Brede Welvaart (ESE). Vanaf het begin heeft DoIP bovendien nauwe contacten met diverse externe partijen onderhouden, vooral in de publieke sector. Voorbeelden zijn diverse gemeenten, zoals Vlaardingen en Helmond en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Dat leidde onder meer tot betrokkenheid bij de Regiodeals. Een voorbeeld van een DoIP-project dat daarmee samenhing was een onderzoek naar het economische effect van de opening van de Maasdeltatunnel bij Vlaardingen, die vanaf eind 2024 in gebruik is. Ook heeft DoIP zich ingespannen voor betrokkenheid bij internationale projecten en netwerken. Een voorbeeld is een project naar ‘zero waste’ steden, dat samen met Chinese partners is uitgevoerd en een subsidie ontving van NWO van € 1 miljoen .
SCBH
Het Erasmus Initiative ‘Starter Choices for Better Health’ (SCBH) versterkte de rol van de EUR als motor van interfacultair onderzoek op het terrein van gezondheid. Vanuit Rotterdam kan hieraan een grote bijdrage worden geleverd, gegeven de expertise die hier aanwezig is. In 2025 werden vanuit SCBH meer dan dertig gezamenlijke wetenschappelijke artikelen gepubliceerd en daarnaast diverse bijdragen aan rapporten voor zorgbeleid. Vanwege de uitdagingen in de zorg waar Nederland voor gesteld staat blijft de relevantie van SCBH-onderzoek hoog en neemt de urgentie ervan zelfs toe. Een illustratief voorbeeld van een nieuw project binnen SCBH dat wetenschappelijke kennis vertaalt naar zeer concrete toepassing in de zorg is PREMIER-CVD, dat een subsidie van ruim € 1,5 miljoen ontving van de Hartstichting. Het project is erop gericht een gezonder voedingspatroon te bevorderen.
AiPact
Het Erasmus Initiatief Societal Impact of AI (AiPact) profileerde zich in 2025 wederom en versterkte haar signatuur van transdisciplinariteit, maatschappelijke impact en co-creatie, zowel binnen als buiten de universiteit (AICON en AlgoSoc). Bestaande netwerken (RSM, ESSB, ESHCC, ESE, ESHPM, convergentiepartners Erasmus MC en TU Delft) zijn voortgezet en verdiept, bijvoorbeeld door samenwerking met vakbond FNV, SSH Breed, het Social AI Lab en een internationale AlgoSoc-conferentie.
Onderdeel van AiPact’s signatuur is het cultiveren van jong talent met een interesse in innovatieve, impactgerichte praktijken. Het eerste cohort promovendi in dit Erasmus Initiative (EI) rondden dit jaar onderzoek af met publicaties in peer-reviewed journals zoals Work, Employment and Society, The Design Journal en in publieksgerichte media, zoals BiteScience. Hiermee is de ontwikkelde kennis in veelal collaboratieve, impactgerichte projecten, geconsolideerd.
AiPact heeft haar thematiek onder de aandacht gebracht en verder ontwikkeld door impactgerichte activiteiten, zoals de voorstelling ‘Ontrafel de AI machine’ - in NEMO opgevoerd voor tweeduizend jonge bezoekers.
VCC
Het Erasmus Initiatief Vital Cities & Citizens (VCC) verrichtte in 2025 verschillende activiteiten voor het stimuleren van interdisciplinair samenwerking met een positieve maatschappelijke impact. Het gaat om meer dan twintig projecten. Voor al deze projecten geldt dat er met verschillende faculteiten wordt samengewerkt (ESL, ESE, EMC, ESHPM, RSM, IHS, ESSB, ISS en ESHCC). Hiermee komt het interdisciplinaire karakter van VCC goed tot uitdrukking.
VCC heeft een eigen signatuur ontwikkeld op engaged research, waarbij vooral intensief wordt samengewerkt met bewonerscollectieven. Dat gebeurt onder de vlag van Wijkwijs (Wijkwijs.nl). Wijkwijs is een gezamenlijk werkprogramma met het Resilient Delta Initiatief. Wijkwijs kent nu elf actieve praktijken in diverse buurten en wijken van Rotterdam. De interesse voor Wijkwijs is breed en komt onder meer van NWO Open Science, het EU-programma ERA en het landelijk programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV). Ook woningbouwcorporaties (Hefwonen, Havensteder) zijn actief betrokken. In samenwerking met Collectieve Kracht en diverse Nederlandse universiteiten is gewerkt aan het NWO-ORC projectvoorstel ECCO. Het project is in 2025 goedgekeurd en gaat in 2026 van start. Er gaan drie AiO’s werken vanuit VCC aan het thema van bewonerscollectieven en leefbaarheid, veiligheid en duurzaamheid in wijken en buurten (Rotterdam, Den Haag, Arnhem).
Kwaliteitszorg
Het wetenschappelijke onderzoek dat wordt uitgevoerd voor publieke instellingen, waaronder de universiteiten met een onderzoeksopdracht, wordt eens in de zes jaar door een externe commissie geëvalueerd. De commissie beoordeelt een onderzoekseenheid (bijvoorbeeld een faculteit, instituut of departement) volgens het Strategisch Evaluatie Protocol (SEP). Drie hoofdcriteria komen aan bod: kwaliteit van het onderzoek, maatschappelijke relevantie van het onderzoek en toekomstbestendigheid van de eenheid. Daarnaast worden er verschillende sub-criteria gehanteerd. Daarbij gaat het onder meer over academische cultuur in termen van wetenschappelijke integriteit, diversiteit en inclusie, het (HR-) talentbeleid, promovendibeleid en -opleiding en open and responsible science.
In 2025 is ESHCC geëvalueerd. De commissie was lovend over de wetenschappelijke kwaliteit, de mate waarin externe financiering voor onderzoek werd verkregen, het interdisciplinaire karakter en de zeer grote maatschappelijke impact. De commissie deed een aantal zeer bruikbare aanbevelingen die in de komende periode worden uitgevoerd. Voor ESPhil, ESHPM en het Erasmus MC is het externe evaluatieproces opgestart. Ze worden in 2026 afgerond.
Naast de zesjaarlijkse evaluaties zijn er ook midterms uitgevoerd bij Bestuurskunde en Pedagogiek met zeer goede resultaten en beoordelingen. Daarnaast zijn er voorbereidingen getroffen voor de aankomende midterm van ESL.
Open and Responsible Science
Open & Responsible Science (ORS) maakt wetenschap transparanter, opener, betrouwbaarder en efficiënter en is daarom essentieel voor het creëren van een positieve maatschappelijke impact. De EUR heeft de intentie om ORS te integreren in haar dagelijkse praktijk. Om ervoor te zorgen dat ORS-praktijken onderdeel wordt van het academische proces, richt de EUR zich op ondersteuning en domein-specifieke oplossingen voor alle faculteiten.
In 2025 zijn er veertien bewustwordings- training- en netwerkbijeenkomsten georganiseerd met discussies, lezingen en workshops. Dat gebeurde in samenwerking met de Open Science Community Rotterdam, de Engaged Research Study Group en meerdere faculteiten. Het waren onder meer introductiebijeenkomsten (zoals Unlocking Knowledge: The Power of Open Science @ESL) en expertbijeenkomsten als ‘AI for Open Science: Accelerating Discovery and Transparency’. Daarnaast werden er drie verschillende cursussen aan PhD-studenten gegeven.
Ter versterking, uitwisseling en support van Citizen Science, transdisciplinair en engaged onderzoek, werd de EUR coördinator van een door OSNL toegekend project ter waarde van € 400.000 voor de totstandkoming van de Hub for Impactful and Engaged Research (HIER). Dit is een vierjarige samenwerking in LDE- en Convergence-verband. Daarnaast vond de eerste (succesvolle) pilottraining voor early-career engaged researchers plaats in samenwerking met EMC en de TU Delft.
De nauwe samenwerking met Erkennen & Waarderen kwam tot uitdrukking in de toekenning van een NWO-subsidie á € 50.000, bestemd voor het beter integreren van dit belangrijke programma met de ORS-praktijk. Bij vier faculteiten zijn ORS-prioriteiten formeel geïdentificeerd die via het vernieuwde Erkennen & Waarderen-kader in hun HR-beleid worden verweven.
Wetenschappelijke Integriteit
Het beleid met betrekking tot wetenschappelijke integriteit is erop gericht om zo veel mogelijk schendingen van de code daarover te voorkomen. Daarom is het belangrijk dat het thema wetenschappelijke integriteit een vast onderdeel is van de reflectie door EUR-onderzoekers. Een van de instrumenten is de Dilemma Game App van de EUR waarmee onderzoekers, docenten en studenten reflecteren op een dilemma dat met dat onderwerp van doen heeft. In 2025 is de Dilemma Game App structureel ingezet bij de workshop ‘professionalism and research integrity’, die alle promovendi van de Graduate school for the social sciences and the humanities dienen te volgen. Ook wordt de app gebruikt bij de onboarding sessies voor nieuwe hoogleraren. De gedachte erachter is dat zij de app gebruiken binnen hun eigen onderzoeksgroep om het gesprek over wetenschappelijke integriteit te entameren.
Sinds juli 2025 is prof. dr. Martin Buijsen (ESL en ESHPM) benoemd tot vertrouwenspersoon wetenschappelijke integriteit, naast prof. dr. Susanne Janssen (ESHCC). Daarbij is prof. dr. Erik Schut (ESHPM) decharge verleend. In 2025 hadden zeven personen contact met de vertrouwenspersonen.
Promoties en PhD beleid
In 2025 zette de groei van het aantal promoties door: 446 tegen 437 in 2024. 67% van het totaal aantal promoties is voor rekening van het Erasmus MC. Van het totaal aantal promovendi was 62% vrouw en dat is een kleine toename ten opzichte van 2024. Er waren in totaal zestien promoties waarbij de promovendus het predicaat Cum Laude werd toebedeeld (4% van het totaal). Vrouwen kregen EUR-breed procentueel gezien even vaak dat predicaat toegekend.
In 2025 is er binnen het experiment promotiestudenten één kandidaat gepromoveerd. Er was geen uitval van kandidaten. Het huidige aantal actieve promotiestudenten is drie.
tabel 1
| Faculteit | totaal | man totaal | man niet CL | man CL | vrouw totaal | vrouw niet CL | vrouw CL | CL totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Erasmus MC | 301 | 110 | 106 | 4 | 191 | 184 | 7 | 11 |
| ESE | 17 | 11 | 11 | 0 | 6 | 6 | 0 | 0 |
| ESHCC | 10 | 5 | 5 | 0 | 5 | 5 | 0 | 0 |
| ESHPM | 23 | 4 | 4 | 0 | 19 | 17 | 2 | 2 |
| ESL | 26 | 15 | 14 | 1 | 11 | 11 | 0 | 1 |
| ESPHIL | 3 | 2 | 2 | 0 | 1 | 1 | 0 | 0 |
| ESSB | 29 | 8 | 8 | 0 | 21 | 20 | 1 | 1 |
| ISS | 16 | 6 | 6 | 0 | 10 | 10 | 0 | 0 |
| RSM | 21 | 10 | 10 | 0 | 11 | 10 | 1 | 1 |
| TOTAAL | 446 | 171 | 166 | 5 | 275 | 264 | 11 | 16 |
Het promovendibeleid richtte zich in 2025 op verschillende PhD-gerelateerde thema’s. Allereerst werd er gewerkt aan het oprichten van een interfacultaire PhD council. De officiële oprichting is naar verwachting in 2026. Daarnaast werd er gefocust op de kwaliteit van supervisie en wordt per 2026 een supervisie training verplicht voor beginnend supervisors. De PhD pagina’s op de website zijn geactualiseerd en zorgde voor een betere informatievoorziening over dit thema.
De Young Erasmus Academy
De Young Erasmus Academy (YEA, 22 leden) is een diverse groep getalenteerde wetenschappers, afkomstig uit verschillende disciplines.
Aandachtspunten van YEA in 2025 waren onder meer:
- Erkennen en waarderen – YEA kent een subgroep die actief meedenkt over beleid en implicatie van het programma Erkennen en Waarderen. De leden zijn op de verschillende faculteiten betrokken bij de lokale implementatie;
- Duurzaamheid – YEA onderhoudt contact met de manager duurzaamheid en levert inbreng hierover;
- Digital Competence Centre – YEA neemt actief deel aan de adviesgroep van het Digital Competence Center (EUR-DCC)
YEA werkte aan verdere professionalisering. Er is een student-assistent geworven die ondersteunt bij het organiseren van evenementen en het beheer van de sociale media. Dit draagt bij aan een betere continuïteit in de werkzaamheden en een duidelijkere profilering van de YEA.